2.1. Onderwijs op de Rietkraag

Wij vinden het belangrijk dat kinderen van elkaar leren en vertellen hoe ze een taak hebben gemaakt of een probleem hebben opgelost en dat ze leren samenwerken in klassenverband en /of in kleine groepjes. Om dit te stimuleren stellen wij alles in het werk om de school zo in te richten, dat de kinderen er zich thuis voelen en zichzelf kunnen zijn. Dit trachten wij te realiseren door o.a.:
• Het inrichten van ‘werkhoeken’ in de lokalen en gemeenschapsruimte, waarin kinderen ongestoord bezig kunnen zijn met spelen, bouwen, lezen, stellen etc..
• Het ‘aankleden’ van de gemeenschapsruimte, waardoor deze als het ware bij de groepslokalen getrokken wordt.

Een ander belangrijk aspect is het pakket leeractiviteiten en werkvormen op school. Naast de meer traditionele werkvormen hechten wij veel waarde aan het zelfstandig leren en werken, om zo alle kinderen de kans te geven zich te ontwikkelen op hun eigen niveau. Voor de schoolpraktijk betekent dit dat we de kinderen in de gelegenheid stellen:
• zelfstandig met opdrachten bezig te zijn;
• zelfstandig onderwerpen te kiezen en te verwerken;
• buiten het groepslokaal aan taken of groepsopdrachten te werken.

De basisprincipes vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerking geven wij mede gestalte door middel van blokjes voor uitgestelde aandacht, dagtaken, halve weektaken en weektaken.

Na de instructie volgens het IGDI model gaan de leerlingen individueel of per groep verder
met hun opdrachten. De volgorde waarin de vormingsgebieden afgewerkt worden is evenals de tijdsduur een vrije keuze van iedere individuele leerling.

Ter controle noteren de kinderen op hun takenblad welke opdrachten al afgewerkt zijn. Deze organisatievorm is van toepassing op de groepen 3 t /m 6. In de groepen 7 en 8 wordt de agenda gebruikt. In de groepen 1 en 2 worden de taken bijgehouden middels het kiesbord en wordt de indeling in tijd ondersteund met een timetimer.

Het zal duidelijk zijn dat deze manier van werken niet alleen van de kinderen verantwoordelijkheid voor het eigen werk en zelfstandigheid vraagt, maar zeker ook van de leerkracht een grote mate van inzicht en overzicht. Hij of zij zal elke dag weer moeten bijhouden waar de kinderen mee bezig zijn, wat ze afhebben, wat ze nog moeten maken en steeds proberen te ontdekken waar de kinderen nog moeite mee hebben of waar een extra uitdaging nodig is. Voor deze kinderen zal hij / zij een extra programma zoeken en / of maken.

We waken er binnen onze manier van werken wel voor, dat we niet meer dan drie structurele niveaugroepen in de groep krijgen. We clusteren leerlingen middels groepsanalyses en hulpplannen binnen de aanpak van HGW (Handelingsgericht Werken). Ontstaan er meer niveaus dan verlenen we de hulp buiten de groep.

Het onderwijs op onze school is zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het gaat uit van leren met hoofd, hart en handen.
Het is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Het onderwijs richt zich allereerst op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.
Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
Het onderwijs is zodanig ingericht dat de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen. Ten aanzien van leerlingen die extra zorg behoeven, is het onderwijs zoveel mogelijk gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van de leerling. De school heeft een voortgangsregistratie omtrent de ontwikkeling van leerlingen die extra zorg behoeven